Hoe weet je dat je goed bezig bent

Een heel leerzame blogpost van Kathleen deze week. Vooral haar waarschuwing voor de effekten van Facebook op je algemene geestelijke gesteldheid is me uit het hart gegrepen.

Ik heb wel een paar kanttekeningen: Haar titel is een vraag aan zichzelf, het antwoord zou ze in haar dagboek kunnen opschrijven. Of het is een vraag aan jou, individueel mens, en hoe kan jij als individu daar zelf een antwoord op geven in jouw eigen dagboek. Als je haar blogpost helemaal uitleest dan lijkt ze toch echt ook de relatie tussen het individu en de maatschappij op het oog te hebben, en daarom haar blogpost op een openbaar medium. Een betere titel zou dan in mijn ogen zijn:

Hoe weten we dat we goed bezig zijn?

De strekking van de blogpost is: als je je onconformtabel voelt, zou het weleens kunnen zijn dat je goed bezig bent. Hetgeen inhoudt dat degeen die jou dat onconformtabele gevoel geeft jou een grote dienst heeft bewezen. In de blogpost en de reakties daarop komt Kathleen daar erg op terug, en ondergraaft zelf haar eerdere globale stelling. Gelukkig maar, haar vriendin Loessoep gaat zelfs zover dat hoe meer pijn ze voelt des te beter het met haar gaat. Als ze een compliment krijgt voelt ze dat als een klap in haar gezicht. Ik vind dat niet gezond en accepteer als ik dat opschrijf, zij dat niet meteen als positief onconformtabel ontvangt.

Toch schrijf ik dat op, omdat ik Kathleens tweede zin eveneens te globaal vind:

Voor de sociaal aangelegde mens zijn er weinig dingen zo onconformtabel als van mening verschillen met een ander.

Ik heb dat helemaal niet, het kan natuurlijk zijn dat ik toevallig niet behoor tot de sociaal aangelegde mens. In sociaal humanisme van 3 augustus 2016 heb ik proberen uit te leggen dat ik niet meer behoor tot ons soort mensen, de liberaal humanisten, omdat dat humanisme juist minder sociaal is.

In sociaal humanisme (2) van 24 september 2019 probeer ik uit te leggen dat ik als sociaal humanist vaker lezers tref die zich onconformtabel voelen door mijn teksten. Dat ligt minder aan het botte van mijn taalgebruik danwel aan de inhoud van mijn teksten.

In belgiese taalkunst van 1 maart 2021 erken ik dat er een verschil is in de botheid van het nederlandse taalgebruik en het belgiese, en dat we daar mee moeten proberen te leven. Herman Brusselmans is een belg, maar ik denk niet dat het toevallig is dat hij bij een nederlandse uitgeverij zit. Loessoep is nederlandse, woonachtig in Belgieje en schrikt van een enkele frons van mijn linkerwenkbrauw en durft haar eigen grieven niet te adresseren, en volgt de strategie van : wie de schoen past trekke hem aan, net als mijn moeder dat deed. Dat is geen eigenschap waarmee Loessoep of mijn moeder is geboren, het is een aangeleerde strategie, vergelijkbaar met de strategie van Facebook.

Ik frons wenkbrauwen niet bij Loessoep maar bij haar teksten, niet bij Kathleen als persoon maar bij haar logica, daar is ze niet mee geboren, je bent geboren met een hazenlip of niet. De logica in het verhaal, de strategie, ook die van mij is aangeleerd door schade en schande, en succes.

Als ik mijn wenkbrauw frons is dat dus ook niet om een persoon te raken, maar om het verhaal van iemand beter te maken, als het verhaal niet beter wordt vind ik het een asociaal verhaal dat mij raakt, ik kom dus voor me zelf op, en de groep waarin ik wil leven. Opdat ook Tineke Hofslot een oor heeft voor Puck uit het boek Lieveling van Pauline en Kim.

Het is daarom dat het me goed lijkt voor mij dat Kathleen niet meer bang is onconformtabele teksten richting mij te sturen, misschien heb ik (hebben wij) er iets aan.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Hoe weet je dat je goed bezig bent

  1. vraag aan Kathleen van Kattebelletjes: zou je het niet erg lullig vinden dat je pas op je tachtigste levensjaar tot de conclusie komt dat je op je pakweg je veertigste levensjaar niet verder kwam dan de wereldbevolking te verdelen in sociaal aangelegde mensen (dit lijkt erop dat ze sociaal aangelegd zijn geboren) en niet sociaal aangelegde personen (dus asociaal geboren).

    Onder de laatste groep vallen volgens jou, op je pakweg veertig jarige leeftijd, wellicht Herman Brusselmans en ik zelf.

    Hannah Arendt heeft ook nog wel een suggestie voor een persoon die wellicht toch minder asociaal geboren is

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s