‘k had ook een héél verkeerde broek aan

Qua kleur, want wit maar als je goed keek zag je ook nog een keurige vouw in de pijpen. De broek had zwart moeten zijn, of spijkerblauw als mijn t-shirt zwart was geweest. Maar mijn overhemd was iets tussen oranje en oudrose, keurig gestreken en met lange mouwen. Die lange mouwen waren erg goed, want als je naar een concert gaat van een hardrockband dan moet je gekleed gaan alsof het ook binnen twintig graden vriest. Ook als dat concert in Jinotepe wordt gegeven, met 30 graden Celcius boven nul. En ik had geen capuchon op als bescherming tegen de imaginaire rukwinden, dat was weer een foutje. Ik was werkelijk stom verbaasd dat de ambiance van de Baskische Rockband Berri Xtarrak er uitzag alsof alles plaatsvond in –voorheen- de Eland te Delft in december. Verbazingwekkend hoe de norm van een muziekstroming zelfs de Nicaraguanen in bedwang krijgt. Ik ben werkelijk jaloers. Want in toenemende mate moet ik toegeven dat mijn vroegere Oostenrijkse kollega Oscar Negger een hele goeie stelling heeft: “Je kunt vijf miljoen euro op tafel leggen, je kunt je presenteren als de persoonlijk gezant van Paus Jean Paulus de Tweede; een Nicaraguaan beweegt zoals een ster al eeuwen langs het firmament beweegt, immer langs exact dezelfde weg.” Je begrijpt dat ik jaloers ben op deze Baskische hardrockband die het toch maar voor mekaar kreeg dat de Nicaschatten allemaal in zwart-blauw gekleed waren en in genen dele afbreuk deden aan de gewenste deprimerende sfeer vol zelfbeklag die de muziek probeerde uit te stralen. Ik geef meteen toe, als ik dat Van Morrison zie doen vind ik dat heel mooi. Maar van hem mag ik wel een witte broek aan. De Amerikanen is het ook gelukt, net als de katholieke kerk. Tot diep in de binnenlanden, waar geen bal is te bekennen, weten de kids toch een partijtje honkbal te spelen. Ook is het gezag van een katholiek priester groot, met alle gevolgen voor de aidsbestrijding. Ik heb één troost. In de provincie waar ik woon is de Guëguënse beroemd. Dat is de hofnar die ooit de Spanjaarden ongeveer honderd jaar lang voor de gek hield. Hij/zij danste met een masker op om te voorkomen dat als de Spanjaarden het doorkregen dat ze voor de gek werden gehouden, één en ander persoonlijke consequenties zou hebben. Het masker dragen tijdens het dansen van een voorstelling is tamelijk warm en lastig bij 30 graden Celcius, dus de dames en heren hofnar hebben gedurende die honderd jaar zelf ook aardig moeten afzien. Ik troost me nu met de gedachte dat ik gisteravond veelvuldig de Guëguënse nieuwe stijl heb ontmoet, in een iets andere vermomming. carazo

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in straatbeeld. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s